By Jeanette Swinkels | 12 mei 2020

Broertje of zusje voorbereiden op komst baby

Voor broertjes en zusjes is het bijna iets magisch. Er zit een baby in mama’s buik! Dat is zoiets aparts dat het eigenlijk bijna niet voor te stellen is. En dan moeten ze ook nog eens 9 maanden wachten! Hoe lang is 9 maanden eigenlijk? Dat is morgen toch al? “Het lijken duizend uren, moet niet langer duren” zong Monique Smit heel toepasselijk op haar cd voor kinderen. En zoveel zin als ze er nu in hebben dat er straks een baby komt, zo niet leuk kunnen ze het vinden als hij er eenmaal is. Sommige kinderen willen er helemaal niks van weten zodra de baby er is. Zeker als je borstvoeding gaat geven, moeten broertjes en zusjes heel wat tijd aan de jongste telg ‘afgeven’.

Hoe bereid je je kind(eren) voor op deze grote verandering?

Wij geven je graag enkele praktische tips over hoe je een broertje of zusje kunt voorbereiden op een baby.

– Vertel je kind(eren) zo snel mogelijk dat er een baby’tje komt. Dat geeft hem veel tijd om aan het idee te wennen. Bovendien zul je er ook met anderen over praten en dan is het niet leuk als je kind niet weet wat er aan de hand is. En omdat je buik groeit en je misschien vaker moe bent, heeft je kind heus wel door dat er iets aan de hand is. Bij hele kleine kinderen kun je beter nog even wachten omdat 9 maanden anders wel erg lang duurt.

– Stel grote veranderingen niet uit tot de baby is. Verhuis je kind(eren) dus nu al naar een andere kamer als je wilt dat de babykamer vrij komt. Als je dat pas doet als de baby er al is, kan je kind het gevoel krijgen dat hij plaats moet maken voor de baby en dat jullie de baby belangrijker vinden dan hem. Zeg niet tegen je kind(eren) dat dat moet omdat de baby komt maar omdat hij groot genoeg is om naar een andere kamer te gaan. Misschien mag hij zelfs wel zelf een nieuw dekbedovertrek uitzoeken? Dat geeft hem bovendien de tijd om aan zijn nieuwe kamer te wennen, zonder dat jij straks met een pasgeboren baby zit en een kind dat niet in zijn nieuwe kamer wil slapen. Zet het wiegje of ledikantje voor de baby nog even weg.

– Praat altijd positief over de baby. Zeg dus niets in de trant van ‘dat mag je niet meer doen als de baby er is want dan vind hij je niet lief’.

broertje

– Laat je kind(eren) vast wennen aan het feit dat papa hen straks misschien vaker naar bed zal brengen of hun boterhammen smeert. Als dat nu grotendeels jouw taak is, is dat anders straks een grote verandering voor ze. Zeker in de kraamweek zal jou dat waarschijnlijk niet altijd lukken.

– Betrek je kind(eren) zoveel mogelijk bij de komst van de baby. Neem ze mee naar de verloskundige, zoek samen nieuwe kleertjes of kinderkamerdecoratie uit en praat over ‘onze’ baby, want hij is straks ook een beetje van hem.

– Leg je kind(eren) veel uit over de baby. Beantwoord al zijn vragen, leen boekjes bij de bieb over kinderen die een broertje of zusje krijgen en neem je (kind)eren mee op een kraamvisite om hem te laten ervaren wat er nu eigenlijk gaat gebeuren. Vertel ook dat baby’s nog veel slapen en niet meteen mee kunnen gaan spelen. Kijk samen de babyfoto’s van je kind(eren) terug zodat hij weet dat hij vroeger zelf ook een baby’tje was.

– Koop een cadeautje voor je kindje namens de baby dat hij krijgt als de baby geboren is. Je kindje vindt de baby dan waarschijnlijk meteen een stuk liever. Vraag je kraamvisite ook of ze ook iets kleins voor je oudste(n) mee willen nemen.

Let erop dat je niet alleen nog maar over de baby praat. Voor je kind(eren) is het niet het belangrijkste en zijn er ook heel veel andere leuke dingen die hem bezighouden.